Met deze algemene voorziening moet voldaan worden aan de verplichting vanuit de Wmo, met minder middelen. Uitgangspunten zijn: Snel, eenvoudig, duidelijk, kwaliteit en meer doen met minder middelen.
De compensatieplicht binnen de Wmo geeft gemeenten de opdracht om inwoners te ondersteunen bij het behouden van hun zelfstandigheid wanneer een beperking dat bemoeilijkt. In de praktijk gebeurt dat sinds de invoering van de Wmo vooral door het verstrekken van individuele voorzieningen: hulp bij het huishouden, rolstoelen, woningaanpassingen en speciaal vervoer. De gemeenten hebben grotendeels de werkwijze van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) voortgezet.
Met de komst van de Wmo was het echter de bedoeling dat het niet langer gaat over het claimen waar iemand recht op heeft, maar om de vraag: ‘wat denkt iemand nodig te hebben en wat kan iemand nog zelf?’. Deze andere aanpak staat landelijk bekend als de kanteling. Met de kanteling wordt het ‘recht hebben op’ een voorziening vervangen door het resultaat dat we willen bereiken. Dit resultaat kan behaald worden met het verstrekken van voorzieningen, maar ook met minder traditionele oplossingen. Door te investeren in collectieve en algemene voor iedereen bereikbare voorzieningen, wordt de steeds grotere toeloop naar de (duurdere) individuele voorzieningen ingeperkt.



