Startnotitie Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Naar verwachting treedt per 1 juli 2012 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking. Om de invoering goed te laten verlopen heeft de Volkskredietbank (VKB) besloten samen met de deelnemende gemeenten een startnotitie met uitgangspunten op te stellen. De raad wordt voorgesteld hiermee in te stemmen. De volgende stap is het opstellen van het beleidsplan schuldhulpverlening dat in het voorjaar aan de raden wordt voorgelegd.
De directeur van de VKB, Annelies Kleve was, met een beleidsmedewerker van de VKB, aanwezig om vragen te beantwoorden. De schuldhulpverlening wordt een gemeentelijke taak, waarbij de gemeente zorgplicht heeft, legde wethouder Manning uit. De raad moet eens in de 4 jaar een beleidsplan vaststellen.
De commissieleden hadden veel vragen. Zo vroeg Iwan Poucki (GB) naar de doelgroep. De wet schrijft daarin niks voor, antwoordde mevrouw Kleve, daar moet in het beleidsplan een keuze in worden gemaakt, bijvoorbeeld vanaf 16 jaar. Hilbrand Brantsma (PvdA) vroeg of er extra aandacht wordt besteed aan gezinnen met minderjarige kinderen. Die moet in het beleidsplan worden benoemd, was het antwoord. Yang Soo Kloosterhof (CDA) vroeg naar de doelgroep ouderen. We streven naar maatwerk, was het antwoord, voor ouderen en jongeren, mensen met een uitkering of een inkomen, met een eigen woning of een huurwoning.
Poucki zette verder vraagtekens bij een ‘pro-actieve’ benadering: het moet geen betutteling worden, vond hij. Dit is een lastig dilemma, erkende mevrouw Kleve, want anderzijds is het zo dat preventie goed werkt: hoe eerder je erbij bent, hoe beter je problemen kan voorkomen. Wethouder Manning herinnerde er in dit verband aan dat Appingedam het pluspakket (daarin zitten de preventieve activiteiten) heeft wegbezuinigd. Mevrouw Kleve wees erop dat preventie via scholen niet zoveel hoeft te kosten en toch voor bijvoorbeeld 16-18-jarigen vruchten kan afwerpen.
Op een vraag naar het maatschappelijk rendement van schuldhulpverlening zei Kleve dat dat lastig per gemeente te kwantificeren is. Wel is het zo dat door schulden vaak veel meer problemen en spanningen ontstaan in gezinnen, met schuldhulpverlening kan je die soms voorkomen. Ina Schenkel (CU) vroeg of ook wordt samengewerkt met en een beroep wordt gedaan op vrijwilligers. Er is wel contact met bijvoorbeeld de voedselbank, antwoordde mevrouw Kleve, maar het gaat vaak om te complexe problemen om vrijwilligers echt in te schakelen. Hilbrand Brantsma wilde weten in hoeverre wordt samengewerkt met de ISD en werkvoorzieningschap Fivelingo. Men is goed op de hoogte van elkaars klanten, zei Kleve, waardoor snel handelen mogelijk is.
De overheveling van de schuldhulpverlening naar de gemeenten gaat gepaard met een korting van in totaal 20 miljoen op de middelen. Na een afname van het aantal aanvragen in 2011 blijkt er in januari 2012 weer veel meer toeloop te zijn. Bert Raangs (CDA) vroeg zich af hoe de ambities kunnen worden waargemaakt met minder geld. Daar moeten de raden keuzes in maken als input voor het beleidsplan, antwoordde wethouder Manning. Nu (in de raad van 20 februari) is er gelegenheid om daar kaders voor mee te geven, want straks krijgen de raden één beleidsplan voor de deelnemende 8 gemeenten voorgeschoteld (en dan is amenderen lastig), waarbij overigens de individuele gemeenten wel een keuze hebben waar het gaat om het wel of niet afnemen van een pluspakket.
De commissie achtte dit voorstel rijp voor behandeling in de raad.
Plan van aanpak ‘Toekomst bestuurlijke organisatie in Groningen’
De Vereniging Groninger Gemeenten (VGG) heeft een Plan van aanpak ontwikkeld voor een proces dat moet leiden tot een samenhangende, toekomstbestendige visie op de bestuurlijke organisatie in de provincie Groningen. Dit plan werd besproken in de raadscommissie. De commissie kon haar visie hierop meegeven aan het college.
Burgemeester Pot schetste de achtergronden van het plan. Na de bestuurskrachtmeting van de gemeenten in 2008 zijn in de provincie Groningen 8 samenwerkingsclusters gevormd, waarvan het DEAL-cluster er een is. Destijds is afgesproken in 2012 de clusters te evalueren. Daarbij komt dat een aantal taken op een andere schaal (gemeentelijke, provinciale of clusterschaal) zijn of worden georganiseerd, zoals de GGD, Regionale Uitvoeringsdiensten, de jeugdzorg, de Wet werken naar vermogen. Daarnaast is er in Provinciale Staten een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om een visie op de bestuurlijke samenwerking in Groningen.
Aan de hand van een presentatie legde de burgemeester uit hoe het traject eruit ziet: de clusters evalueren zelf op basis van bestaande gegevens hoe ze functioneren: wat is de meerwaarde van de clusters (en is die voldoende voor de toekomst?), welke opgaven liggen er, wat moet er nog gebeuren? Ze kunnen daarbij zelf aanvullende vragen formuleren. Daarnaast ontwikkelt de provincie een visie: de ‘provinciale spiegel’. Daarna onderzoekt een externe visitatiecommissie de clustersamenwerking, wat resulteert in een eindrapport. Daarin worden de twee eerdere rapporten meegenomen. Het traject zal ongeveer eind 2011 zijn afgerond.
De problematiek in de DEAL-gemeenten is lastig, zei de burgemeester. Dat geldt ook voor sommige andere clusters, wat betekent dat er binnen de clusters mogelijk niet altijd eenduidige antwoorden gegeven zullen worden. Het proces wordt wel in DEAL-verband opgepakt. Parallel hieraan loopt het onderzoek naar een Shared Service Centre in DAL-verband.
Bert Raangs (CDA) drong erop aan ook de raad in het onderzoek te betrekken. Dat is ook de bedoeling, antwoordde burgemeester Pot, we denken er nog over na hoe dat het beste kan. Ook binnen de raden zijn er politieke verschillen van opvatting, voegde Raangs toe. Het gaat hier ook om een politieke kwestie, reageerde de burgemeester; met deze aanpak proberen we (met behulp van deskundigen) het traject enigszins te objectiveren. Roy Wils (D66) vroeg hoe de meting door de gemeenten zelf wordt gecontroleerd. De correctie zit ‘ingebakken’ omdat de visitatiecommissie er met een onafhankelijke blik naar kijkt, zei de burgemeester. Op een vraag van Cees van Ekelenburg (D66) antwoordde ze dat ook de clusterindeling zelf onderwerp van onderzoek is. Er zijn al clusters uit elkaar gevallen, misschien zijn nu wel andere combinaties wenselijk. Op de vraag naar de rol van de provincie antwoordde de burgemeester dat die ook een verantwoordelijkheid voor het geheel heeft. Als voorbeeld noemde ze de Friese situatie; de grote gemeente Zuid-West-Friesland die ‘van onderop’ is gevormd heeft ook consequenties voor de andere Friese gemeenten. De provincie kijkt naar een duurzame oplossing en geeft daar zelf haar visie op, maar er blijven mogelijkheden tot eigen invulling, besloot ze.
De commissie gaf aan het college mee de raad op een goede manier te betrekken in het onderzoek. In april/mei wordt in het presidium besproken hoe dat gaat gebeuren.
Garantstelling Ommelandercollege/Fivelcollege
In 2010 is gemeentegarantie verleend op een financieringsovereenkomst tussen OC en de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze overeenkomst is afgelopen. Er is geen beroep op gedaan. Nu wordt door de Stichting Voortgezet Onderwijs Eemsdelta (ontstaan uit de fusie van Ommelandercollege en Fivelcollege) een nieuwe garantie gevraagd (einddatum 31 december 2015). Daarvoor is het nodig dat de raad de financieringsovereenkomst aanwijst als ‘publiek belang’. Appingedam is de hoofdvestigingsplaats en is daarom de aangewezen gemeente om de garantie te geven, legde wethouder Manning uit. Verder kan de raad wensen en bedenkingen tegen het voorgenomen (college)besluit inbrengen.
Cees van Ekelenburg (D66) informeerde naar de risico’s. Zal deze keer wel gebruik van worden gemaakt van het krediet, wilde hij weten. Financieel beleidsmedewerker Arie Schuur achtte het risico in 2012 het grootst. De fusie betekent een besparing, maar er zijn wel eenmalige kosten voor verhuizing, ICT, inrichting enzovoort. Maar het uitgangspunt is een positief exploitatieresultaat.
In de vergadering van 16 februari neemt de raad hierover een besluit.
Griffier



